< terug

De diplomatieke architectuur van België. ontstaan & ontwikkeling

DE DIPLOMATIEKE ARCHITECTUUR VAN BELGIË. ONTSTAAN & ONTWIKKELING.

Begeleiding: Anne-Françoise Morel, Fredie Floré, Charlotte Rottiers

Domein:

Deze masterproef 2021-22 situeert zich in het domein van de geschiedenis en theorie van de architectuur, 19de-20ste eeuw.

Aantal studenten: 2

Thema:

Diplomatieke architectuur vormt binnen de architectuurpraktijk en de architectuurgeschiedenis een zeer specifiek topic. Het begrip diplomatieke post of diplomatieke architectuur omvat vanuit het perspectief van de architectuur alle gebouwen van de permanente vertegenwoordiging van één land binnen de grenzen van een gastland. Het begrip doelt dus zowel op ambassades en legaties (de kanselarij), en de residentie van de ambassadeur. Hoewel het concept van de diplomatieke post vanaf de 19de eeuw courant werd gebruikt, evolueerde het pas in de loop van de 20ste  eeuw tot de architecturale opdracht en typologie van het ambassadegebouw. Het is pas vanaf de 19de eeuw dat staten en overheden investeerden in de aankoop van monumentale en representatieve panden om hun diplomatieke corps en kantoren in onder te brengen. Veel van deze gebouwen doen vandaag nog steeds dienst als ambassade.

In het ontwerp van diplomatieke posten moeten praktische vereisten zoals toegankelijkheid, veiligheid, de accommodatie van kantoorruimtes en representatieve vertrekken, worden verzoend met eisen inzake decorum en (nationale) representatie. Terrorisme, economische recessie, besparingen, e-diplomacy etc. zijn factoren die het historische ambassade-patrimonium zwaar onder druk zetten; het itinerant karakter van het diplomatiek métier zorgt er tevens voor dat het diplomatieke patrimonium (gebouwen, maar vooral ook interieurinrichting) vluchtig is. Bovendien stelt zich ook het probleem van het beheer van nationaal “erfgoed” in het buitenland. Een grondige inventarisatie, historische contextualisatie en reflectie zijn noodzakelijk voor een goed beheer van dit specifieke architecturale patrimonium. Deze masterproefoefening draagt bij aan deze lacune in het onderzoek door zich toe te spitsen op verschillende Belgische cases, zowel consulaten, legaties als ambassades, in de vroege 20ste eeuw en naoorlogse periode:

Mogelijke casussen:

In overleg wordt een keuze gemaakt uit een van de volgende casussen voor verder onderzoek:

  • (1) Het Belgisch huis/Maison Belge: de voormalige culturele ambassade in Keulen (1950-2015)
  • (2) België’s consulaten in overzeese gebieden: een typologiestudie (1910-1940)
  • (3) Rue de Berri 20, Paris – België ‘s eerste investering in diplomatieke vastgoed in Europa (1901) Dit onderwerp staat open voor zowel studenten architectuur als interieurarchitectuur

Begeleiding:

De masterproef wordt geschreven onder het promotorschap van prof. Dr. Anne-Françoise Morel en co-promotorschap van prof. Fredie Floré, met begeleiding door drs. Charlotte Rottiers, doctoraatstudent die werkt op Belgische diplomatieke architectuur (1831-1940). Dit team van onderzoekers bouwt samen met drs. Bram De Maeyer het kennis- en expertisecentrum DARC (Diplomatic Architecture Research Centre) uit rond diplomatieke architectuur, zie bijvoorbeeld het geplande symposium over Belgische en Nederlandse ambassadegebouwen of de lezing gegeven aan Academia Belgica.

Methode, vaardigheden en output:

De scriptie hanteert de historische casuïstiek en gebouwanalyse als primaire methode. Op basis van bestaande secundaire literatuur zullen cases historisch onderzocht worden (archief- en literatuurstudie, architectuurbeschrijving).

De ontstaans- en gebruiksgeschiedenis van de gebouwen wordt gecontextualiseerd aan de hand van literatuur over de ontwikkeling van het beroep van de architect, het ontstaan van de moderne diplomatie, geopolitiek en culturele diplomatie, het ontstaan van de moderne hoofdstad, de geschiedenis van het ontwerpen, inclusief stijlkeuzes en de debatten architectuur en vormgeving.

Van de student wordt verwacht dat die zich inwerkt in archiefonderzoek en de resultaten hiervan in dialoog brengt met diens vaardigheden als architect (plananalyses, ruimtelijk analyse, gebouwbeschrijvingen, het maken van reconstructietekeningen waar nodig). In het geval van case 1 is enige notie van het Duits aangewezen , voor case 2 en case 3 is kennis van het Frans vereist.

Het onderzoek zal resulteren in een wetenschappelijk geschreven tekst, onderbouwd met illustraties,  tekeningen of andere visualisaties.

Beeld: Belgisch Huis/Maison Belge in Keulen (archief van de Vrienden van het Belgisch Huis in Keulen)

Fiche Masterproef (pdf)