BA2 / BRUSSEL / STUDIO
In Brussel wordt in het tweede jaar de focus verruimd. Naast het wonen wordt een publiek programma geïntroduceerd: het theater. Net als de voorbije twee jaren wordt het theater in al zijn facetten onderzocht. Aan de hand van referentiestudies en bezoeken aan referentieprojecten wordt onderzocht wat theater kan betekenen en welke ruimtelijke, publieke en sociale mogelijkheden het kan bieden. Via ontwerpend onderzoek wordt deze kennis vervolgens vertaald naar een eigen attitude en project, steeds in relatie tot de omgevende stedelijke realiteit. Dit jaar wordt er op vier verschillende locaties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gewerkt: de Abattoir-site, Biestebroeck, het Parvis van Sint-Gillis en de omgeving van de Fonsnylaan/Van Volxemlaan in Vorst.
De oefening spreidt zich over twintig weken en drie aktes.
AKTE 1 – ATLAS
In de eerste akte vormen twee studenten samen een ontwerppraktijk. Ze stellen een ATLAS samen waarin ze een Brusselse site gedetailleerd observeren en analyseren. Daarnaast verdiepen ze zich in het programma aan de hand van één of meerdere theaterreferenties (zie grid hiernaast). Daarbij onderzoeken ze hoe de referentie zich verhoudt tot de stad, hoe het programma architecturaal wordt vormgegeven en hoe de relatie tussen publiek en artiest wordt georganiseerd.
Het onderzoek resulteert in een exploratieve collage (polyptiek) op A1-formaat, waarin de belangrijkste observaties, sfeer en eerste ontwerpambities samenkomen. Daarnaast worden kleinschalige (inplantings)maquettes gemaakt die zowel de site als de verschillende referentieprojecten onderzoeken, met een maximaal formaat van A2. Deze maquettes worden aangevuld met diverse projectschema’s op A4-formaat. Tot slot wordt een atlas op A5-formaat samengesteld. Deze vormt een compacte synthese van het onderzoek en brengt de belangrijkste inzichten uit deze eerste akte samen.
AKTE 2 – THEATER
In de tweede akte bouwen de studenten verder op het onderzoek uit de eerste akte en vertalen ze hun inzichten naar een theater op de geanalyseerde site. Een bestaande structuur of plek wordt herbestemd tot een publiek theater, waarbij het ontwerp vertrekt vanuit drie centrale thema’s.
Het ontwerp vertrekt vanuit de relatie tussen het theater, de stad en de bestaande site, en onderzoekt hoe een theater zich kan openen naar zijn omgeving, stedelijke ontmoeting kan stimuleren en een meerwaarde kan creëren voor de stad. Tegelijk wordt onderzocht hoe bestaande structuren, ruimtelijke kwaliteiten en sporen van een vorige functie kunnen worden ingezet in een nieuwe publieke invulling, en hoe herbestemming kan leiden tot inbreiding, uitbreiding of transformatie. Centraal staat tot slot de ontmoeting tussen publiek en artiest, waarbij schaal, toegankelijkheid, circulatie en zichtbaarheid bepalen hoe mensen zich door het theater bewegen, elkaar ontmoeten en zich verhouden tot het podium en tot elkaar.
De output bestaat uit een A1 met inplantingsplan, gevel en snede op schaal 1/100, een maquette op A2 waarin het programma en de bestaande structuur leesbaar zijn, en een projectbeeld of collage op A3. Daarnaast worden projectschema’s op A4 en een korte beschrijvende tekst toegevoegd die de belangrijkste ontwerpkeuzes en ambities toelichten.
AKTE 3 – WONEN
In de derde en laatste akte ontwerpt elke student individueel een scenografie, geïnspireerd door een theaterstuk, novelle of roman. De scenografie omvat een ruimtelijk kader voor de protagonist(e) en wordt tot in het kleinste detail uitgewerkt. Het ontwerp onderzoekt hoe het gekozen verhaal en de personages ruimtelijk kunnen worden vertaald. Meer nog dan in de andere aktes ligt de nadruk op materialiteit, ruimtelijke verhoudingen en het leven dat zich in deze ruimte afspeelt.
De student onderzoekt hoe de scenografie de sfeer, handelingen en relaties uit het gekozen werk kan ondersteunen en versterken. Daarbij spelen de schaal, materialiteit, inrichting en ruimtelijke organisatie van de scenografie een belangrijke rol.
De output bestaat uit een A1 met een axonometrische tekening, een maquette op A2 van de scenografie op minimaal schaal 1/20, en beelden op A3. Daarnaast worden schema’s, een draaiboek en/of andere relevante documenten op A4 toegevoegd, samen met een korte beschrijvende tekst die het gekozen werk en de belangrijkste ontwerpkeuzes en ambities toelicht.


