< terug

Interieur en verbeelding: ENTER THE VOID – het oneindige interieur

3224074823_1_2_94yy55a9

INTERIEUR EN VERBEELDING: ENTER THE VOID – het oneindige interieur

Docenten: Koen Pauwels, Wim Van der Vurst, Fredie Floré
Academiejaar 2020-21, semester 1
Engagement: Mediating Tactics

De tijd waarover we voor de Studio ‘Interieur en Verbeelding’ (sem. 1) beschikken willen we al ontwerpend doorbrengen. Deze ontwerpstudio biedt een moment van heroriëntatie of opnieuw instellen, een rust voor de storm. Ze vraagt een kritische reflectie vanuit persoonlijk standpunt, als ontwerper, binnen een thematische context.

Het thema van dit jaar, enter the void: het oneindige interieur, is geïnspireerd op de recente tentoonstelling “Countryside: The Future” van OMA en AMO (https://oma.eu/projects/countryside-the-future), die oproept tot meer reflectie over het leven op het platteland en richt zich o.a. op het fenomeen van de hoogtechnologische magazijnen, gigafabrieken en datacenters die zich daar situeren. Deze nieuwe architecturale vormen zijn van zodanige proporties dat men zich kan afvragen of ze nog menselijk zijn en of architectuur in deze uitdrukkingen de mensheid/het menselijke niet ver achter zich heeft gelaten.

giga
Gigafactory1 – Tesla: Het complex beslaat nu al een oppervlakte van bijna 180 duizend vierkante meter, met ongeveer 492 duizend vierkante meter aan productieruimte, verdeeld over meerdere verdiepingen.

Toch huisvesten die grote structuren een vorm van interieurs: ruimtes die voornamelijk lijken ingericht a.h.v. parameters en gematerialiseerd als de resultante van formules of berekeningen per vierkante meter. De verhouding van mens tot ruimte lijkt buiten proportie te zijn, met bijvoorbeeld zo’n 1400 m2 per werknemer in het geval van grote datacenters.

Wat kan interieurarchitectuur in die context betekenen? Schaal wordt vaak aangehaald als één van de parameters die interieurarchitectuur onderscheiden van architectuur. Wat gebeurt er als we dit in vraag stellen? Kan de hogere resolutie waarbinnen interieurarchitectuur ageert aangehouden worden als we ons buigen over het fenomeen van de hoogtechnologische magazijnen, gigafabrieken en datacenters? Wat kunnen we leren van eerdere experimenten met interieurontwerp vis-à-vis megastructuren zonder noemenswaardige tussenkomst van architectuur, zoals het No-Stop City project van Archizoom Associati (1970)?

Deze ontwerpstudio is niet op zoek naar een oplossing maar naar een vormgegeven reflectie over deze materie, vertrekkende vanuit een fascinatie en nieuwsgierigheid omtrent dit fenomeen.

 Image credits: Excerpt “Under The Skin” – Jonatahan Glazer – 2013