< terug

Architecten als meubelontwerpers. Charles Vandenhove

Architecten als meubelontwerpers. Charles Vandenhove 

Begeleider(s)
Prof. Fredie Floré 

Campus 
Gent  

Taal r
Nederlands. Voor deze masterproef is ook kennis van het Frans een vereiste. 

Engagement label 
Craftsmanship of Labelless 

Type masterproef 
Individuele masterproef 

Beeld: Architect Charles Vandenove, Stoel voor studentenhuisvesting Résidence Brull te Luik, ca. 1964. Collectie Fondation Jeanne & Charles Vandenhove, Luik. 

Een korte omschrijving  

Veel pioniers op het vlak van meubel- en interieurontwerp van de 20ste eeuw waren opgeleid of actief als architect. (Lueg 2012: 20) Er zijn talrijke voorbeelden: Henry Van de Velde, Mies van der Rohe, Gerrit Rietveld, Marcel Breuer, Alvar Aalto, Lina Bo Bardi, Gae Aulenti… De ambities van deze ontwerpers waren uiteenlopend. (Page 1983: 7) Sommigen streefden naar de realisatie van een Gesamtkunstwerk. Anderen reageerden op het bestaande marktaanbod of de heersende smaak- of wooncultuur. Nog anderen zagen het interieur als een ideale ruimte voor het architecturaal experiment of beschouwden vormgeving als een integraal onderdeel van de eigen denkwereld, beeldvorming of representatie. (Spitz 2012: 82-3) Vaak speelden ook pragmatische redenen een rol. Een gebrek aan bouwopdrachten stimuleerde als vanzelfsprekend de interesse van architecten voor opdrachten van een kleinere schaal of met een meer uitgesproken tijdelijk karakter. Meerdere vrouwelijke architecten werden tenslotte ook aangemoedigd om zich te specialiseren in interieur- en meubelontwerp omdat het een meer ‘gepast’ domein voor hen zou zijn. (Slesin 1981)  

Een mix van deze ambities, drijfveren en sturende mechanismen vinden we ook terug bij het werk van verschillende Belgische architecten uit de 20ste eeuw. Terwijl design en interieurarchitectuur zich in het buitenland, maar ook in eigen land, sinds de jaren 1950 volop aan het ontwikkelen waren tot zelfstandige disciplines, (Lees-Maffei 2008) bleef de architectuurpraktijk een betekenisvolle voedingsbodem voor het ontwerp van interieurs en meubelen. Hoe kunnen we dit in vele gevallen minder of pas in tweede instantie belichte aspect van het architectenoeuvre bestuderen en interpreteren? Wat vertelt het ons over de bredere evoluties in het beroep en de maatschappelijke positie van de architect? Wat leert het ons over de ontwikkelingen in het bouwen en maken? 

Twee individuele masterproeven verkennen deze vragen via het oeuvre van telkens één Belgische architect waarvan het oeuvre grotendeels of geheel in de tweede helft van de 20ste eeuw is gerealiseerd: Charles Vandenove (1927-2019) en Roger De Winter (1923-2001). Het doel is een grondige studie te maken van de meubel- en interieurontwerpen van de architect in kwestie en dit werk te historisch contextualiseren en te interpreteren. Aangewezen onderzoeksmethodes zijn 1) archiefonderzoek: het archief van beide architecten is toegankelijk en het masterproeven hebben de steun van de betrokken instellingen of verantwoordelijken; 2) literatuurstudie op basis van secundaire literatuur; 3) interviews met eventuele bevoorrechte getuigen 4) een close-reading van het beschikbare grafische en beeldende materiaal (tekeningen, foto’s, maquettes, objecten). De verwachte output is in eerste instantie een geschreven masterproef waarbij ook veel aandacht kan uitgaan naar ontwerpanalyse in de vorm van een grafisch luik of onderdeel.  

Deze masterproef focust op het werk van architect Charles Vandenhove (1927-2019). Vandenhove is een gevestigde naam in de architectuurgeschiedenis. Over zijn architecturaal werk en zijn samenwerking met kunstenaars zijn meerdere boeken verschenen. Hij is onder meer gekend voor een aantal grote publieke opdrachten in de jaren 1960 waarvoor hij ook internationale erkenning kreeg (met bouwprojecten in Nederland en Frankrijk). Vandenhove ontwierp ook een hele reeks meubelen die tot op heden nauwelijks zijn bestudeerd. Deze masterproef is bedoeld als een eerste grondige verkenning van deze meubelontwerpen en van de manieren om dit werk bespreekbaar te maken. Het archief van Charles Vandenhove bevindt zich in Luik, bij de Fondation Jeanne & Charles Vandenhove. https://fondationvandenhove.be/ Onder meer voor het archiefwerk van deze masterproef zal het noodzakelijk zijn om een aantal keer naar Luik te gaan. Kennis van Frans en Nederlands een vereiste om het bronnenmateriaal vlot te kunnen interpreteren.  

Zowel de masterproef over het werk van Vandenhove als deze over het werk van De Winter kaderen binnen verkennend onderzoek voor een geplande publicatie. De begeleiding gebeurt individueel of met beide studenten samen. 

Aanzet bibliografie en bronnenlijst: 

Mil De Kooning, Fredie Floré en Iwan Strauven (eds.) Hedendaags design: Alfred Hendrickx en het fifties-meubel in België. Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, 2000. 

Grace Lees-Maffei, ‘Introduction: Professionalization as a Focus in Interior Design History,’ Journal of Design History 21(1), 2008, 1-18. 

Gabrielle Lueg, ‘From Aalto to Zumthor – Furniture by Architects,’ in Petra Hesse en Gabrielle Lueg (eds.), Furniture by Architects. From Aalto to Zumthor. Verlag der Buchhandlung Walther König GmbH & Co. 2012, 20-31.  

Mobilier dessiné par Charles Vandenhove, Edition Desiron & Lisen, 1984. 

Marian Page, Furniture Designed by Architects. The Architectural Press Ltd, 1983. 

René Spitz, ‘Dreams of life on dentists’ chairs or The designer chair and the architect’s image,’ in Petra Hesse en Gabrielle Lueg (eds.) Furniture by Architects. From Aalto to Zumthor. Verlag der Buchhandlung Walther König GmbH & Co. 2012, 82-91. 

Suzanne Slesin, ‘Women and design in Milan,’ New York Times , 15 January 1981. 

Bart Verschaffel, Charles Vanenhove. Architecture/Architectuur 1954-2014, Lannoo, 2014.