< terug

Baden in Welvaart

Baden in Welvaart

Individuele masterproef 2026-27
Promotoren: Femke Van der Meulen & Sven Sterken
Campus: Gent/Brussel
Taal: NL
Aantal studenten: max 3

Beeld: Voormalig gemeentelijk zwembad van Eeklo (gesloopt in 2019). Foto ©Stadsarchief Eeklo

Thema: Van historische thermen tot olympische zwembaden: het recreatief dobberen kent een lange geschiedenis. Waar dit initieel enkel weggelegd was voor de gegoede klasse, sijpelde de publieke watervoorzieningen in de vorige eeuwen geleidelijk aan door tot in de bredere maatschappij. Eerst werd dit voornamelijk aangemoedigd om de hygiëne en gezondheid van de arbeidersklasse te verbeteren, maar later verschoof de focus meer naar het zwemmen als een volwaardige en essentiële sportactiviteit.

De uitbouw van de Welvaartstaat in Vlaanderen leidde na de Tweede Wereldoorlog tot een sterke toename van publieke sportinfrastructuur, en in het bijzonder van het aantal openbare zwembaden: het aantal daarvan verdrievoudigde maar liefst in de jaren 1970. “Elke gemeente of stad haar zwembad!”, leek het toen wel. Het ging daarbij niet alleen om hygiëne en sport; het publieke zwembad moest ook helpen om de verschillen tussen de sexen, klassen en ideologieën uit te vlakken.

Deze nobele overheidsambitie kwam echter niet zonder uitdagingen: de hoge beheerskosten, de stijgende energieprijzen en de steeds strengere hygiëne- en milieunormen wegen sterk op het gemeentebudget- temeer vandaag vele zwembaden uit de jaren ’60 en ’70 sterk verouderd zijn. Hierdoor groeit de tendens bij de gemeenten om de exploitatie en het onderhoud van deze infrastructuur uit te besteden aan een private partner.

Onderwerp: Deze masterproef duikt (letterlijk en figuurlijk) onder de oppervlakte van dit jong sporterfgoed met als doel 1) de bouwfysische toestand ervan kritisch in kaart te brengen (die wordt namelijk nogal vaak als een de facto-excuus voor privatisering gebruikt); en 2) daarbij te kijken welke materiaal-specifieke factoren en menselijke beslissingen uit het verleden tot de huidige toestand van sterke veroudering (en vaak ook achterstallig onderhoud) hebben geleid. De bedoeling is om daarbij in te zoomen op één specifiek element, nl. de dakconstructie. De manier waarop in zwembaden een grote, vrije ruimte wordt gecreëerd leidt namelijk vaak tot structurele hoogstandjes die de visuele identiteit en beleving tijdens het zwemmen bepalen. Dergelijke structuren werden vaak met indertijd nieuwe materialen en bouwtechnieken uitgevoerd, zijn vaak fragiel van aard en vragen daardoor regelmatig onderhoud.

Doel van deze masterproef is om een case-based, comparatief onderzoek te verrichten naar dergelijke dakstructuren vanuit drie perspectieven: 1) materiaalkundig (Welke materialen werden gebruikt, en waarom?; In hoeverre werd er bij deze keuze al rekening gehouden met het onderhoud en beheer van het zwembad?); 2) structureel en constructief (Welke factoren bepalen de keuze voor het type structuur en de constructiemethode? Zijn er achteraf factoren te detecteren die door de ontwerper, ingenieur of opdrachtgever werden onderschat of genegeerd?); 3) context (welke beslissingen leidden tot de bouw van dit zwembad? Werd er geïnvesteerd in onderhoud en renovatie?

Deze masterproef kadert in het FWO-gefinancierde onderzoeksproject ‘Meaning and Material. Towards a Multidisciplinary Assessment of Post-War Church Roofs in a Context of Adaptive Reuse’. In dit project wordt de naoorlogse kerkenbouw bestudeerd vanuit een technisch-cultureel standpunt, door te focussen op de dakstructuren van deze gebouwen. Dit doctoraatsonderzoek wordt uitgevoerd door Femke Van der Meulen (KU Leuven) en Chiara Kuijpers (VUB) onder promotorschap van prof. Sven Sterken (KU Leuven) en Prof. Stephanie Van de Voorde (VUB).

Set-up: De masterproef loopt over een volledig academiejaar: in het eerste semester wordt een gemeenschappelijke basis gelegd aan de hand van sitebezoeken, archiefonderzoek en literatuur; het tweede semester bestaat uit individueel onderzoek met focus op één, of een beperkte set cases (afhankelijk van de onderzoeksvraag). Begeleiding bestaat uit tweewekelijkse sessies onder begeleiding van Femke Van der Meulen; prof. Sven Sterken zal aanwezig zijn bij de reviewmomenten. Er wordt verwacht dat je al enige ervaring hebt met schrijven en archiefonderzoek; een passieve kennis van het Frans is een plus.

 Studenten die deze masterproef willen kiezen, wordt sterk aangeraden hun motivatie vooraf met de promotor te bespreken.

 Referenties:

  • Fabian, Dietrich. Bäder ; Handbuch für Bärderbau und Badewesen. Callwey, 1960.
  • Gosseye, Janina, Hilde Heynen, André Loeckx, en Leen Van Molle. Architectuur voor vrijetijdscultuur: culturele centra, zwembaden en recreatiedomeinen. LannooCampus, 2010.
  • ‘Sport | De digitale Encyclopedie van de Vlaamse beweging’. Accessed 8 May 2026. https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/sport.
  • Leeuwen, Thomas A. P. van, and Helen Searing. The Springboard in the Pond: An Intimate History of the Swimming Pool. Second printing. MIT, 1999.
  • ‘Sport & Architectuur’. Accessed 8 May 2026. https://www.vai.be/collectie/collectie-highlights/sport-architectuur.

Een overzicht van mogelijkse cases kan je via deze link raadplegen.

Hallo wereld!

Welcome to KU Leuven Faculteit Architectuur blogs. This is your first post. Edit or delete it, then start blogging!

meer