< terug

(19-20) Umwelt

u-m-w-e-l-t-intro

 

U    M     W    E    L    T
(1)

THE WICKED HOME        

Masterproef interieurarchitectuur, academiejaar 2019-20
promotoren: Jo Liekens (jo.liekens@kuleuven.be), Annelies De Smet, Nel Janssens
Engagement: Mediating Tactics

Deze masterpoef gaat over de dingen en onze relaties met de dingen. Ze gaat over materie, over wicked matter. Ze gaat over de meest basale ontwerpopdracht voor de interieurarchitect: ontwerp een interieure omgeving (umwelt) die (t)huis kan zijn voor jou en de dingen waarmee je je omgeeft, je eigen wicked home (het begrip wicked (<wicca) refereert hier naar het gedurfde, dat wat we nog niet kenden of verwachtten).

Voeg vandaag de dag aan eender welk betoog het woord ecologie toe en je staat schijnbaar sterker.

Voeg toe dat we allen anders moeten omgaan met de dingen en je recept wordt nog meer gesmaakt. Deze masterproef adopteert deze begrippen, maar bevraagt ze evenzeer. Die andere ecologie en dat anders omgaan vertalen zich te vaak kwantitatief-technisch. Wat deze masterproef daar tegenover wil stellen is een kwalitatievere, inclusievere, fundamentelere en tegelijk meer realistische verkenning van wat een ecologie van dingen, van wat een wicked home en van wat de wicked matters, waarmee je dat (t)huis (zijn) materialiseert, kunnen zijn.

In haar boek ‘Vibrant Matter, a Political Ecology of Things’ (2010) theoretiseert Jane Bennet een begrip van materialiteit en dingen als vibrant matter. Ze leidt ons voorbij ons suffe denken over passieve materie en passieve dingen die er louter zijn om ons te dienen of ons oog te strelen. Ingaand tegen loutere functionaliteit en esthetiek heeft ze het over vitale dingen en een actieve, avontuurlijke materie die ons uitdaagt, met ons samenklit, met ons vermengt, een materie ook die tegenwerk biedt, eigenwijs is en een eigen leven leidt. De mens is niet langer de maat van alle dingen, maar zelf een ding in een vitale ecologie, omgeving of umwelt van dingen.

Het woord theoretiseren in bovenstaande paragraaf is niet toevallig. Bennet opent intrigerende perspectieven, maar haar taal lijkt te kort te schieten, zo zegt ze zelf. In haar zoektocht doet Bennet dan ook beroep op een variëteit van excentrieke benaderingen van materie en dingen, zoals de extreme hamsteraar (extreme hoarding), de archeoloog, de poëet, de paranoïcus. Van welk gezelschap kan men beter leren ( 😉 ). Het is één van de hypotheses van deze masterproef dat de interieurarchitect(e) net wel een taal en gevoeligheid bezit die de vitaliteit van dingen en materie en hun samenkomen in een interieure omgeving (umwelt, omgeving, wicked home) kunnen materialiseren. Het is de taal van het interieurontwerp, het ontwerpmatig onderzoek hierrond en het benoemen van de ideeën die je uit dat onderzoek opwerkt.

In enkele recente en minder recente interieur-architecturale omgevingen zijn trekken te vinden van wat zo’n ecologie van dingen, zo’n anders omgaan met de dingen, zo’n wicked matters en zo’n wicked homes zouden kunnen zijn. Pierre Huyghe’s soms dromerige, anders-heimelijke interieurs toveren een bestaand interieur om tot een letterlijk groeiend en dus onstabiel interieur. Ingenieus ontworpen luiken in het dak laten ritmisch het water binnensijpelen; in de uitgegraven grond ontstaat nieuw, ongecontroleerd leven. De menselijke bewoner/bezoeker dient zich een nieuwe plaats tussen de dingen te verbeelden –mens, ruimte, freatisch water, klei, mist, zuurstof, aarde, steen, beton, schrijdend licht, bacteriën, welig tierende cellen en algen, twee pauwen, één bijenkolonie, het geluid van deze twee laatsten en van het sijpelen van regenwater door een geautomatiseerd dak, …– (fig.2&3). Je kan ook denken aan de interieure experimenten van Junya Ishigami, waarbij de ontwerper voorbij het esthetische lijkt te vergeten welke fantastische mogelijkheden zijn umwelt zou kunnen openen (fig.4). Je kan weg van alle gewoonlijke esthetiek ook denken aan de Gentse zakkenman, die op zijn manier en eigenwijs een umwelt creëert en onderhoudt, met een serieux die voor ons, zonder onderzoek, onbevattelijk is (fig.5). Al deze voorbeelden zijn slechts voorbeelden, en daardoor net gevaarlijk. Deze masterproef is benieuwd wat jouw umwelt, jouw wicked home, jouw wicked matters en de dingen waarmee je je erin omgeeft zullen zijn, opgebouwd langsheen een traject van ontwerpmatig onderzoek.

24 (2)(3)

23
 (4)(5)

Deze masterproef zoekt twee studenten die een sterke verbeeldende kracht koppelen aan een passie voor onderzoek via ontwerp(end maken). Doel is:

  • een omgeving (interieur, landschap, kamer, assemblage van dingen, …) te creëren die bovenstaande inhoud belichaamt, opgebouwd uit wat jij ontwikkelt als wicked matter. De schaal is onbepaald maar moet beklijven, sommige maak-experimenten zullen worden uitgevoerd op schaal 1-1.
  • een narratief/vocabularium opbouwen rond je umwelt of wicked

Je staat er niet alleen voor. Deze masterproef is gehecht in:

  • de onderzoeksomgeving van het Academisch Ontwerpbureau The Wicked Home, dat vanuit de KULeuven Faculteit architectuur geleid wordt door Annelies De Smet, Nel Janssens, Jo Liekens & Laurens Luyten. Binnen dit team is er een doorgedreven expertise van (interieur)architecturaal ontwerpen, werken en onderzoeken met mixed-media, bouwtechnieken, en onderzoek in (interieur)architectuur. Er zullen workshops georganiseerd worden met begeleiding door Rachel Armstrong en Rolf Hughes (Experimental Architecture, Newcastle University).
  • de verschillende studio’s die binnen dit ADO begeleid worden. We zullen regelmatig onze stand van zaken aftoetsen en samenwerken met de studio FUTURING CULTURES OF HABITATION: the wicked home (architectuur MARG24) en COMPLICATING INTERIORS: the wicked home (interieurarchitectuur BIAG65) (zie ook http://www.blog-archkuleuven.be/futuring-cultures-of-habitation/ ; zie ook http://www.blog- archkuleuven.be/17/wp-content/uploads/sites/108/2019/06/TheWickedHomeADO_booklet.pdf). Je hebt dus een ruime kritische massa als back-up.
  • deze samenwerkingen hebben ook een concrete plaats. Vanaf het midden van semester 2 zullen we in het scheepsruim van de kanaalboten Captal and Amundsen werken, dan aanmerend in het Gentse Handelsdok. Deze locatie kan ook de locatie zijn van jullie uiteindelijke umwelt.
  • jullie vertrekken niet blind. Enkele projecten kunnen als kapstokprojecten voor de opbouw van een eigen discours geïntroduceerd worden (bv. enkele concrete projecten uit de doctoraatsthesis Architecture’s Probing, Provoking and Poetic Instrumentality, die deels ook rond het begrip umwelt werken).

Aanzet bibliografie:

Jane Bennet: Vibrant Matter, a Political Ecology of Things, 2010.

Invisible Things – A Journey Through Organizations of Matter in Architecture, Thierry Berlemont, 2020. Architecture’s Probing, Provoking and Poetic Instrumentality, Jo Liekens, 2020.

foto’s: (1) Hans Hemmert’s Saturday afternoon at home; (2) Pierre Huyghe’s After Alife Ahead, foto: Henning Rogge; (3) Pierre Huyghe’s After Alife Ahead, foto: artnews media; (4) Junya Ishigami, huis en restaurant in Yamaguchi, foto: Satoru Emoto; (5) Zakkenman, foto: bst/ghl.