Masterstudio Performatieve Ruimte en Nabijheid

master-performatieve-ruimte-lr

NL: Masterstudio semester 1 academiejaar 2018-19

(team Performatieve Ruimte en Nabijheid 2018-19: Stefaan Onraet, Bart Lens, Roel De Ridder, Jo Liekens)

Het atelier Performatieve Ruimte en Nabijheid vertrekt vanuit een uitgesproken ontwerpmatige methodiek. Centraal staat de performativiteit van interieurarchitectuur en bij uitbreiding van de interieurarchitect: Wat het ontwerp concreet doet of teweegbrengt in de alledaagse realiteit en hoe de interieurarchitect zich in dit proces inschakelt, als een ‘agent of change’. Het atelier vertrekt ook rotsvast vanuit de persoonlijke leefwereld van de student, van fascinaties en reële ervaringen ‘nabij’. Vanuit nabije verkenningen langsheen een experimenteel-ontwerpmatig traject regisseert en construeert de student een performatieve ruimtelijkheid die een relevant verschil maakt. Dit jaar wordt er gewerkt rond het thema Alter Ego. Elke student grijpt de kans om zelf op zoek gaan naar een manier om een reëel publiek te mobiliseren in relatie tot dit thema.
Het ontwerpmatige karakter van het atelier overstijgt wat doorgaans als ontwerpen gedacht wordt, waarin steeds een zekere afstandelijkheid lijkt ingebouwd te zitten. Dit atelier wil een werkelijk atelier zijn waar het progressief werken op schaal 1-op-1 de werkwijze is. De grote schaal dwingt naast het creëren van een werkelijke en voelbare ervaring ook om in confrontatie te gaan met het aspect materialiteit. De 1-op-1 schaal zorgt er ook voor dat wat ontworpen wordt zich reëel meet met de publieke ruimte, er in overeind dient te blijven. Het atelier vraagt immers om publieke acties, in de ruimste betekenis.

concreet project:

ONNODIG COMPLEX EN STOMPZINNIG EENVOUDIG – Mirte Van Aalst

“Dit project bestaat uit 12 objecten, die hun oorsprong vinden in een zoektocht naar het spontane kind: mijn alter ego. Dit is iemand die ik ooit was, een jongere ‘ik’ die ik graag meer in mijn werk zou terugzien. Ieder object heeft zowel een complexiteit als een kinderlijke eenvoud in zich, en is bedoeld om de toeschouwer te verbazen en de gebruiker te laten ontdekken.
De objecten zijn op spontane wijze gemaakt, zonder vooropgezet plan. Er is steeds vertrokken vanuit een basismateriaal (voornamelijk afvalhout) en een simpele handeling (drukken op een knopje, draaien om een as, tikken met de vingers etc.).
De complexiteit van het object staat voor het volwassen-zijn, het element dat me heeft weerhouden om tijdens mijn onderzoeksproces pure spontaniteit te bereiken. De simpele handeling vindt zijn oorsprong in de toevoeging van de karaktereigenschap ‘impulsief’ aan mijn alter ego; een eigenschap die verder reikt dan het spontane.”

_______________________

EN: Masterstudio semester 1 academic year 2018-19

(team Performatieve Ruimte en Nabijheid 2018-19: Stefaan Onraet, Bart Lens, Roel De Ridder, Jo Liekens)

The studio Performatieve Ruimte en Nabijheid (Performative Space and Proximity) starts from a pronounced design methodology. The focus is on the performativity of interior architecture and by extention the interior architect: What the design does  specifically or what it does in everyday reality and how the interior designer engages in this process, as an ‘agent of change’. The studio also starts firmly from the student’s personal world, from fascinations and real experiences ‘nearby’. From close explorations along an experimental-design process, the student directs and constructs a performative spatiality that makes a relevant difference. This year we are working on the Alter Ego theme. Each student seizes the opportunity to search for a way to mobilize a real audience in relation to this theme.
The design character of the studio transcends what is usually thought of as designs, in which a certain distance seems to be built in. This studio wants to be an actual studio where progressive working on scale 1-to-1 is the method. The large scale, in addition to creating a real and tangible experience, also forces us to confront the materiality aspect. The 1-on-1 scale also ensures that what is designed to be real with the public space must remain intact. After all, the studio requires public actions, in the broadest sense.

specific project:

UNNECESSARILY COMPLEX AND BLUNTLY SIMPLE – Mirte Van Aalst

“This project consists of 12 objects, which originate in a search for the spontaneous child: my alter ego. This is someone I once was, a younger “me” who I would like to see more in my work. Every object shows both complexity and childish simplicity, and is intended to amaze the viewer and allow the user to discover.
The objects were made spontaneously, without a preconceived plan. We always started from a basic material (mainly waste wood) and a simple operation (pressing a button, turning around an axis, tapping with fingers etc.).
The complexity of the object represents maturity, the element that has prevented me from achieving pure spontaneity during my research process. The simple action has its origin in the addition of the character trait “impulsive” to my alter ego; a property that extends beyond the spontaneous.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *