< terug

Masterproef laureaat Campus Sint-Lucas Gent 2017: Michiel Hutsebaut: ‘Huiselijke rituelen belicht’

trap_lr

Michiel Hutsebaut ontwikkelde zijn Masterproef in de context van het atelier ‘Vraagstukken uit de praktijk.’ Dit atelier, onder leiding van Doorzon Interieur Architecten – Stefanie Everaert en Caroline Lateur – en Fredie Floré, neemt de ontwerppraktijk als vertrekpunt en zoomt in op de vraagstukken die zich hier aandienen. Studenten verdiepen zich in uiteenlopende topics, maar reflecteren tegelijk over één essentieel overkoepelend vraagstuk: hoe kunnen we de verbeelding actief (blijven) aanspreken? Binnen de condities waarin de ontwerper vandaag moet werken – hoge werkdruk, economische schaarste, toenemende administratieve verplichtingen… – is dromen een bijzonder schaars goed geworden. Hoe kunnen we die verbeelding wakker houden in alle stadia van het proces – van schets tot detailtekening?
Eén van de technieken die in dit atelier worden ingezet is die van de handgetekende observatieoefening. Deze oefening wordt gelanceerd bij het begin van het tweede semester, kort nadat de studenten de intentieverklaring van hun Masterproef hebben voorgesteld. Die intentieverklaring – een document dat bestaat uit tekst en beeld dat de ambities van elke Masterproef formuleert – ontwikkelen de studenten in het eerste semester. In respons op deze intentieverklaringen krijgen alle studenten één bestaand project of beeld toegewezen dat ze op één week tijd aan de hand van een reeks handgemaakte tekeningen moeten bestuderen. De oefening verplicht iedereen om om te gaan met de traagheid van het tekenen met de hand. Oplossingsgericht, rationeel denken wordt ingeruild voor verkenning en speelsheid; directe verbindingen voor inspirerende omwegen.
Michiel Hutsebaut vervoegde het Masterproef-atelier ‘Vraagstukken uit de praktijk’ met een persoonlijk geformuleerde ambitie: de verwantschappen tussen interieurarchitectuur en scenografie en in het bijzonder de mogelijkheden van scenografisch licht onderzoeken. Inspelend hierop kreeg hij bij de observatieoefening beelden aangereikt van zowel Atelier Bow Wow, Shiro Kuramata als Ugo De La Pietra waarin telkens iets bijzonders gebeurt met licht en kleur. Vooral het werk van Ugo la Pietra is een rol blijven spelen tot het einde van de Masterproef.
De focus op licht en scenografie werd al gauw gekoppeld aan een studie van huiselijke handelingen of rituelen: slapengaan, wassen, eten… De verschillende onderzoeksinteresses vonden elkaar finaal in een ruimtelijke studie van het boek De Jonge Bruid (2015) van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Het eindproduct van de Masterproef is een ontwerp van een interieur voor ‘de Familie’ uit dit boek. De alledaagse, vaak absurde handelingen van de familieleden worden hierin uitvergroot en ge-theatraliseerd.
‘Huiselijke rituelen belicht’ is project met een veelzijdige output. Een bijzondere sterkte van deze Masterproef is dat alle onderdelen met een grote maturiteit zijn uitgewerkt. Tekeningen, schetsen, tekst, maquettes, collages, film en materiaalstudies vormen samen één solide geheel dat Michiel ook mondeling met overtuiging weet voor te stellen. Het project is uitermate doordacht en blijft tegelijk tot de verbeelding spreken.
– Stefanie Everaert, Caroline Lateur  and Fredie Floré

untitled3_lr  maquette_lr img010_lr

img005_lr

hall2_lr dakterras2lr

Ik ontwierp het interieur voor de Familie uit het boek De Jonge Bruid van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. De dagdagelijkse handelingen van de familieleden, die geworteld zitten in de Italiaanse cultuur, worden in het interieurontwerp uitvergroot en getheatraliseerd. Deze uitermate persoonlijke en vaak absurde rituelen informeren het interieurontwerp. De ontworpen ruimtes worden bijna het toneel waarop de verschillende gebruikers zich begeven en ‘acteren’. De manier waarop de butler de ramen en luiken opent in de gang als deel van het ontwaakritueel van de Moeder, bepaalt het ontwerp van die gang en het gordijn in haar slaapkamer. Het ochtendritueel van de Familie is heerlijk bizar zodat ze bijna letterlijk een rode loper krijgen om naar de eetkamer gaan. Diezelfde eetkamer/woonkamer/keuken neemt aanzienlijke proporties aan om de Familie en hun genodigden te huizen. De badkamer van de Moeder versmelt met een plantentuin op het dakterras om tegemoet te komen aan haar hunkering naar ongedwongenheid.
Het ontwerp kwam tot stand vanuit de hypothese dat er een overlap bestaat tussen de discipline van scenografie en interieurarchitectuur. De verwantschap tussen beide disciplines is erg breed en bestaat uit verschillende facetten. Een van de meest opmerkelijke gelijkenissen die getrokken kunnen worden, is het gebruik van licht. Voor zowel de scenograaf als de interieurarchitect is licht essentieel om te tonen wat er gebeurt op scène en in een interieur. Tegelijkertijd bestaat voor beide de ambitie om naast het belichten en verlichten van scènes en mensen een extra laag toe te voegen. Die toegevoegde betekenis overstijgt de louter functionaliteit van licht. Beide disciplines streven allebei naar emotionele, een zintuigelijke en tegelijk rationele ervaring voor de toeschouwers/gebruikers.
Hoewel de opzet van een scenograaf en een interieurarchitect dezelfde is, verschilt de werkwijze. Scenografisch licht inzetten op de bühne is nadenken over de relatie tussen het gecreëerde lichtbeeld en de emoties van de personages en de toeschouwers. Natuurlijk licht inzetten in een interieur gaat over de relatie tussen de gebruikers en de architectuur van de plek. Door de veranderlijkheid van natuurlijk licht moet een interieurarchitect zich de vraag stellen hoe om te gaan met die vergankelijkheid en voor een stuk ook voorspelbaarheid, in de vorm van herhaling.
Via de case study van De Jonge Bruid ga ik dieper in op het scenografische potentieel van licht in interieurarchitectuur. Het interieur kan benaderd worden als een canvas waar licht op invalt en waarin mensen vertoeven. Dat raakvlak vormt de basis van het ontwerp voor de interieurs. Ik probeer de wisselwerking tussen licht en de mens te benoemen en te ontwerpen. Het levert een ontwerp op dat balanceert tussen ruimtes die voornamelijk ontworpen zijn vanuit de huiselijke rituelen en daaraan gekoppelde lichtbeelden.
– Michiel Hutsebaut