< terug

Densities

erik

Tutors: Erik Van Daele, Roeland Smits
Engagement: Urban Cultures

Binnen een randstedelijke context (meer bepaald de omgeving rond Kortrijk), vormt de vallei van de Heulebeek een interessant ruimtelijk gegeven binnen een bonte nevenschikking van industrieterreinen, woonwijken, lintbebouwingen, grootschalige weginfrastructuren en gefragmenteerde open landschappen…., om na te gaan hoe densifieringsprocessen net kunnen bijdragen tot alternatieve stedelijke ontwikkelingen.

Uitgaande van het paradigma van de Alles-stad (K. Borret) wordt architectuur als ontwerpdiscipline ingezet om (dmv ontwerpend onderzoek) alternatieve verdichtingsstrategiëen en nieuwe woonvormen te exploreren en daardoor ook alterneatieve stedelijke modellen te ontwiikkelen. Architectuur als stedenbouw van onderuit (P. Vermeilen).

The future is urban. Ook binnen het Vlaamse planningsdiscour en beleid wordt meer en meer ingezet op (goed ontsloten multimodale) stedelijke kernen om toekomstige ontwikkelingen (als wonen, industrie,….) op te vangen (zie oa beleidsplan Vlaanderen etc.). Alles wat niet binnen dit planologisch-interessant stedelijk ontwikkelingsveld valt wordt als iets ‘belastend’ opgevat, iets dat enkel open ruimte opvreet door haar vele ruimt-verslindende woonverkavelingen, ellenlange lintbebouwingen en monofunctionele  KMO- en industrieterreinen. Daarom wordt in menig architectuurdiscour deze ‘stedelijke nevel’ als iets ‘ongecultiveerds’ tot zelfs ‘achtergestelds’ beschouwd (‘enkel interessant voor de boeren’, zoals een voormalig vlaams bouwmeester ooit beweerde). Binnen de studio wordt echter uitgegaan van het paradigma van de ‘Alles Stad’ (artikel van Kristiaan Borret) waarbij geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen landelijke of stedelijke condities, maar waar het ganse Vlaamse landschap als zowel landelijk als stedelijk wordt beschouwd. Het gaat uit van een ‘stedelijkheid’ die de klassieke dichotomie ‘stad versus land’ overstijgt.

Concreet wordt er gewerkt op de randstedelijke regio van Kortrijk. Momenteel doet deze zone zich voor als een sterk verstedelijkte regio opgespannen tussen de stad Kortrijk en het omliggend (deels gefragmenteerd)  open landschap en wordt ze voornamelijk gekenmerkt als een complexe en bonte nevenschikking van diverse ruimten en functies. Het is de plek die noch stedelijk, noch landelijk genoemd kan worden, en die net door haar gebrekkig architectuurvocabularium binnen het ontwerpdiscour ook weinig verbeeldingskracht voortbrengt. Verdichting in deze randstedelijke gebieden voltrekt zich dan ook veelal door eenvoudige extrapolatie van klassiek binnenstedelijke planfiguren (vb. het klassieke bouwblok) en architectuurtypologieën (vb. rijwoningen en  appartementen).

In de studio wordt densifiëring van deze schijnbaar perifere conditie aangegrepen om via ontwerpend onderzoek alternatieve stadsontwikkelingsmodellen en architecturale woonvormen te exploreren. Specifieke aandacht gaat daarbij naar de dialoog van de bebouwing met de publieke ruimte. In tegenstelling tot centrumsteden zijn publieke ruimte in de nevelstad is soms zeer ambigu. Zo zijn deze niet steeds ontworpen als publieke ruimte (of net wel maar worden ze niet gebruikt). Ze kunnen daarbij ook functioneren als een gedeelde ruimte, een collectief. Maar zeer interessant is dat deze ook niet steeds strikt publiek moeten zijn. Binnen de opdracht wordt daarom de Heulebeek, een lokale stroom die momenteel op veel plaatsen is ingekokerd, maar die vooral een rode draad vormt doorheen de verschillende verstedelijkte landschapsfragmenten, opgeworpen als een structurerende ‘publieke’ ruimte waarrond zich ontwikkelingen kunnen vormen. Door structuur te brengen kan ook de verwarrende configuratie, eigen aan de randstedelijke bebouwing, leesbaar gemaakt worden.

Output

In samenwerking met de intercommunale Leiedal wordt ontwerpend onderzoek gebruikt om ontwerpstrategieën te ontwikkelen die antwoord kunnen bieden op de steeds groeiende verstedelijkingsdruk binnen enkele randgemeenten Kortrijk te kaderen en te begeleiden.

Van de student wordt verwacht dat

– inzicht wordt gecreëerd in de mechanismen die deze verstedelijking teweegbrengen (mapping),

– een relevante case, een urgentie, wordt geanalyseerd en beschreven

– mbt de case een uitdagende visie wordt ontwikkeld waarbij densifiëring in het algemeen als hefboom kan worden gelezen voor de evolutie van de kwaliteit van het stedelijk (of naargelang de interpretatie; dorpelijk) weefsel in de randgebieden

(men kan hier uitgaan van een specifiek gekozen locatie (vb. enkele zones worden specifiek bevraagd door de enkele gemeenten,…) als thematiisch, (vb. appartementisering in centrumdorpelijke condities, densifiëring in open ruimtebegieden, herstructureing bouwblokken, ontwikkelen binnengebieden,…))

– een er een gepast antwoord op te bieden dat de intergemeentelijke samenwerking toelaat adequate beleidsstrategieën uit te kunnen destilleren. (ontwikkelen van nieuwe ontwerpstrategieën/mogelijkheden)

– Het project wordt uitgewerkt tot architecturaal detailniveau.

 

Overzicht van alle teamleden

AOB Alles Stad/Alles Land

Roeland Smits, Erik Van Daele, Bart Van Gassen, Steven Geeraert en Maarten Gheysen